Gratis Chinees leren: Les 5 - Tekst 1 - Grammatica

Aanwezigheid

有 yǒu "hebben, er zijn"

Om aan te geven dat iets of iemand aanwezig is op een plaats, gebruik je ook het werkwoord 有 yǒu. Het heeft dan de betekenis: "er zijn".

De constructie van zinnen die aanwezigheid aangeven, is Plaatswoord + 有 yǒu + dingen / mensen. In de Chinese vertaling van de zin "Er zijn twee mensen in de woonkamer." zet je "Er zijn" dus niet voorop, maar moet je eerst "in de woonkamer" vertalen. Je krijgt dan: 客厅里有两个人。 Kètīng lǐ yǒu liǎng ge rén.

 

Twee

两 liǎng "twee" en 二 èr "twee"

Het getal "twee" heeft twee Chinese vertalingen: 两 liǎng en 二 èr. Maar let op: je mag ze niet doorelkaar heen gebruiken.

二 èr wordt gebruikt wanneer 二 èr een op zichzelf staand getal is of een van de cijfers in een groter getal is. Bijvoorbeeld, 二 èr "twee", 十二 shíèr "twaalf" en 二十二 èrshíèr "twee en twintig".

Als er een maatwoord wordt gebruikt na het getal "twee", dan moet je 两 liǎng zeggen in plaats van 二 èr. Bijvoorbeeld, 两个人 liǎng ge rén "twee mensen".

 

Woordvolgorde

Onderwerp + Bijwoord/Tijdswoord + Plaatsaanduiding + Werkwoord

De woordvolgorde in het Chinees is anders dan Nederlands. Bijwoorden/tijdswoorden en plaatsaanduiding staan voor het werkwoord. Bijvoorbeeld, "Ik lees vaak in de woonkamer." in het Chinees wordt vertaald als: 我常常在客厅看书。 Wǒ chángcháng zài kètīng kàn shū. De woordvolgorde is dus "Wǒ (onderwerp) + chángcháng (bijwoord) + zài kètīng (plaatsaanduiding ) + kànshū (werkwoord)".

In het Nederlands staat een bijwoord of een tijdswoord na het werkwoord. Bijvoorbeeld, "Ik werk veel." en "Ik werk vandaag." Maar in het Chinees staat een bijwoord of een tijdswoord altijd voor het werkwoord. Bijvoorbeeld, 我常常看书。 Wǒ chángcháng kànshū. "Ik lees vaak." en 我早上看书。 Wǒ zǎoshàng kànshū. "Ik lees ‘s ochtends."

Een plaatsaanduiding bestaat uit een voorzetsel en een plaatswoord. Bijvoorbeeld, 在客厅 zài kètīng "in de woonkamer" en 在书房 zài shūfáng "in de studeerkamer". Een plaatsaanduiding staat altijd voor het werkwoord. Bijvoorbeeld, 我在客厅看电视。 Wǒ zài kètīng kàn diànshì. "Ik kijk tv in de woonkamer."

 

 

Oefeningen met 二 èr en 两 liǎng "twee"

Kies 二 èr of 两 liǎng.

  • 我二十__岁。 Wǒ èrshí___ suì. "Ik ben 22 jaar oud."

  • 我有__个弟弟。 Wǒ yǒu___ ge dìdi. "Ik heb twee broertjes."

  • 他有__支笔。 Tā yǒu ___ zhī bǐ. "Hij heeft twee pennen."

  • 客厅里有十__份报。 Kètīng lǐ yǒu shí___ fèn bào. "Er zijn twaalf kranten in de woonkamer."

 

De inhoud van deze pagina van de online gratis cursus Chinees is ontwikkeld door Amy (Ya-Ping) Hsiao (www.chinees-leren.nl).

Offcancas menu